| info@drachtsterglashandel.nl
 

FAQ's

(bron: Digitale Kennisbank van KCG, Kenniscentrum Glas)

Hoe is HR++ beglazing te herkennen?

HR++ beglazing is Hoog Rendements beglazing waarbij de isolatiewaarde van het isolerend dubbelglas kleiner of gelijk is aan 1,2 W/m²K.  

De eisen voor de HR++ aanduiding komen voort uit de Beoordelingsrichtlijn BRL 2202 en gelden voor producenten die hun glas onder het Kiwa KOMO-productcertificaat "Warmtereflecterend isolerend dubbelglas voor thermische isolatie” leveren. Voor de traceerbaarheid worden er ook eisen gesteld voor de aanduiding HR++. Het merk HR++ moet volgens de BRL 2202 op deugdelijke en duidelijke wijze op het product worden aangebracht. Echter dit hoeft niet persé op de afstandhouder in de spouw van het isolerend dubbelglas te staan, maar mag ook bijvoorbeeld op de sticker worden vermeld. In het algemeen brengen de meeste producenten het HR++ merk aan op de afstandhouder in de spouw. 

Het kan dus voorkomen dat er geen HR++ merk op de afstandhouder aanwezig is en de sticker, (waar de producent het HR++ merk waarschijnlijk wel op had vermeld), bij oplevering reeds verwijderd is. Meestal staat er dan wel een (productie)code op de afstandhouder. Op basis van deze code weet de producent welk type glas is geleverd. Ook kan er altijd naar het KOMO-certificaat gevraagd worden dat bij het glas hoort. Staat er helemaal niks op de afstandhouder dan is in zo’n situatie het helaas niet mogelijk om op eenvoudige wijze te controleren of het glas inderdaad HR++ beglazing is.

Controleren op coating

Wel is te controleren of er überhaupt een coating aanwezig is. Dit kan nauwkeurig gedaan worden met een optische coatingmeter of minder nauwkeurig door simpel een vlammetje bij de ruit te houden. Van de 4 vlammetjes die als weerspiegeling in het glas zichtbaar zijn zal bij de aanwezigheid van een coating één van de vlammetjes een afwijkende kleur hebben ten opzichte van de andere 3. De aanwezigheid van een coating zegt helaas nog niet of de isolatiewaarde van het isolerend dubbelglas daadwerkelijk overeen komt met die van HR++ beglazing.

HR++ of HR+ glas? 

Voor 1 juli 2008 hanteerde iedere producent van isolerend dubbelglas dezelfde regels voor de classificatie HR, HR+, HR++.  Voor de classificatie werd gewerkt met zogenaamde referentiewaarden: concreet kwam het erop neer dat bijvoorbeeld glas met een kleinere spouw dan 15 mm en een U-waarde van 1,6 toen toch een code HR++ mocht hebben.

Per 1 juli 2008 is de HR-classificatie gewijzigd voor producenten die leveren met een KOMO-keur. Vanaf deze datum wordt ingedeeld op basis van de daadwerkelijk behaalde isolatiewaarde van de desbetreffende ruit. Dit betekent bijvoorbeeld dat hetzelfde isolatieglas met de kleinere spouw dan 15 mm en een U-waarde van 1,6 niet meer een HR++ codering krijgt maar HR+ moet worden genoemd.

Niet iedere producent van isolerend dubbelglas levert echter met KOMO-keur. Er zijn dus ook producenten die de oude classificatie hebben aangehouden. Ook de invoering van de wijziging bij de met KOMO-keur leverende bedrijven heeft de nodige tijd gekost. Komt nog bij dat in het spraakgebruik vaak nog de oude HR-classificatie wordt gebruikt.

Er zijn dus producten die eerst nog een HR++-code mochten hebben maar die in de nieuwe classificatie een HR+-code krijgen. Het product kan dan wel precies dezelfde isolerende prestatie hebben. Vooral ruiten met een kleinere spouw dan 15 mm hebben een andere codering gekregen. Deze worden vooral in oudere kozijnen en/of in zogenaamde draaiende delen toegepast.

Dus als HR++ gevraagd is volgens de oude classificatie en HR+ is geleverd op basis van de nieuwe classificatie kan het toch het goede product zijn. Om verwarring te voorkomen is het vaak verstandiger om het over de U-waarde van het glas te hebben en niet zozeer over HR++ of HR+. 

Hoe worden krassen in glas beoordeeld?

Voor de productie van vlakglas gelden Europese productnormen. In deze productnormen staan bijvoorbeeld de toleranties van visuele fouten in het product zoals krassen en haarkrassen.

Productnormen worden in de praktijk ook gebruikt voor het beoordelen van glas bij de oplevering van een woning. De meest voorkomende situatie betreft het beoordelen van krassen in isolatieglas aan de buitenzijde van het glas.

De NEN-EN 1279 is de productnorm voor isolerend dubbelglas. Deze norm verwijst voor de visuele kwaliteit van het glas naar de afzonderlijke productnormen van de gebruikte glassoort in het isolerend dubbelglas. De meest voorkomende glassoorten in isolerend dubbelglas zijn:

  • Floatglas        =>  NEN-EN 572 Basisproducten van natronkalkglas  - deel 8
  • Gecoat Glas   =>   NEN-EN 1096 Gecoat glas - Deel 1
  • Gelaagd Glas =>  NEN-EN-ISO 12543 Gelaagd glas en gelaagd veiligheidsglas- deel 6

Helaas zijn de toleranties en beoordelingsmethoden van bovenstaande normen niet gelijk. De belangrijkste uitgangspunten bij het beoordelen zijn de volgende:

• beoordeel altijd bij bewolkt weer (diffuus daglicht)
• beoordeel zoveel mogelijk van buiten naar binnen kijken (mat zwart / grijze achtergrond)
• het midden van de ruit is op ooghoogte van de observator
• minimale afstand tussen de te beoordelen ruit en de observator is minimaal 2 meter
• bij gecoat glas is de afstand tussen de te beoordelen ruit en de observator 3 meter (de observator mag onder een hoek (ten opzichte van de denkbeeldige horizontale lijn tussen het midden van de ruit en de observator in) + en - 30 graden zich bewegen; hierbij is het van belang dat de ruit niet meer dan 20 seconden wordt geobserveerd).

Is draadglas veiligheidsglas?

In de NEN 3569 is op basis van het breukgedrag van het glas bepaald welk glas veiligheidsglas (letselbeperkend glas) genoemd mag worden. In december 2011 is van deze norm een nieuwe versie verschenen.

Volgens de nieuwe versie kan glas alleen nog maar letselbeperkend zijn indien het glas voldoet aan klasse 2B2 of 1C3 conform NEN- EN 12600 (kruiwagenwielslingerproef). De draadglassoorten die in Nederland nog worden toegepast halen niet deze classidicatie en mogen daarom niet meer als letselbeperkden glas worden toegepast.

In een eerdere versie van de NEN 3569 kon draadglas (dat door de regel voldoet aan klasse 3B3) alleen worden toegepast ter plaatse van ontsluitingswegen en waarbij de onderzijde van het draadglas niet onder de 850 mm hoogte ten opzichte van de aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water werd geplaatst. 

Op basis van de nieuwste NEN 3569 kunnen feitelijk twee soorten glas veiligheidsglas zijn:

• PVB-gelaagd veiligheidsglas dat voldoet aan klasse 2B2
• thermisch gehard veiligheidsglas dat voldoet aan klasse 1C3

Is het overschilderen van kitvoegen verplicht?

Het overschilderen van elastische afdichtingmaterialen bij beglazing zoals de kitvoegen komt in Nederland redelijk veel voor. Dit is geen eis of voorwaarde voor bijvoorbeeld het behoud van garantie op isolatieglas of voor de duurzaamheid van het kozijn. Het wordt vaak wel gevraagd door de opdrachtgever vanuit esthetisch oogpunt.

In de NPR 3577 (Nederlandse praktijkrichtlijn voor het "beglazen van gebouwen”) is niet omschreven dat bij het toepassen van kit als "elastisch afdichtingsmateriaal” de kit geschilderd dient te worden. Dit is dus geen voorwaarde volgens de NPR 3577 en wordt eigenlijk door deskundigen zelfs afgeraden. Een verflaag is namelijk in het algemeen minder elastisch dan een kitvoeg en hierdoor kan er op den duur scheurvorming in de verflaag optreden, wat weer esthetisch minder fraai is.

Let op, indien de kitranden worden overschilderd, dan dient men na te gaan of het een kit betreft die overschilderbaar is. Niet alle kitsoorten zijn hiervoor geschikt. Raadpleeg hiervoor uw leverancier. Een nog betere oplossing, die steeds vaker toegepast wordt, is het aanbrengen van kitten die al de gewenste kleur hebben.

Is markering van brandwerend glas verplicht?

Brandwerend glas is altijd herkenbaar aan een permanente fysieke markering (stempel), aangebracht in één van de hoeken van het glas. Op basis van de regelgeving, inclusief de CE-markering voor glasproducten, is een markering voor de brandwerende prestaties echter niet verplicht.

Toch wordt door de leveranciers in de praktijk elk stukje brandwerend glas van een herkenbare markering voorzien. Dit wordt gedaan om de herkenning van het brandwerende glas te vergemakkelijken en dus ook de controle van bijvoorbeeld de brandweer.

Brandwerend glas zonder fysieke markering dient dan ook nooit geaccepteerd te worden aangezien het dan niet te onderscheiden is van "gewoon” glas. Het is dan ook niet duidelijk welke prestatie (E, EW, EI, 30min, 60min, etc.) het glas levert. Bouw- en Woningtoezicht en de brandweer zullen glas zonder fysieke markering dan ook altijd afkeuren.

Mag er folie worden geplakt op isolerend dubbelglas?  

Er zijn diverse folies op de markt die op (bestaande) beglazing aangebracht kunnen worden. Veel folies hebben eigenschappen die een toevoeging zijn op de bestaande beglazing. Er zijn bijvoorbeeld folies met letselwerende-, zonwerende- , inbraakwerende- of geluidwerende eigenschappen en zelfs folies die deze eigenschappen combineren.

Er zijn echter wel een aantal kanttekeningen te plaatsen bij het aanbrengen van folies op (bestaande) beglazing.

Aanbrengen folie op isolatieglas

In het algemeen geeft een fabrikant van isolatieglas 10 jaar garantie op isolerend dubbelglas. Deze garantie geldt uitsluitend voor het volledig dicht zijn van de eenheid. Dit betekent dat het doorzicht niet wordt verminderd door inwendige aanslag, condensatie, stof of aantasting van de coating tussen de glasbladen. Aan deze garantie zijn een aantal voorwaarden verbonden. In de garantievoorwaarden van de fabrikanten is bijvoorbeeld vermeld dat schade door veranderingen of bewerkingen aan de eenheid uitgesloten worden van de garantie. Onder veranderingen of bewerkingen verstaat men ook het aanbrengen van folie op het glas.

Aanbrengen folie op enkelglas

Voor enkelglas kent men geen algemene garantie van de fabrikant zoals bij isolatieglas. Een glaszetter of aannemer die het glas heeft geplaatst kan wel een eigen garantie afgeven op het glas of het geleverde werk. Indien de ruit breuk gaat of mankementen vertoont zonder een duidelijke verklaring, bestaat de kans dat degene die het glas heeft geplaatst en/of geleverd de klacht afwijst indien de klacht te herleiden is naar de aangebrachte folie.

Verandering van eigenschappen

Door het aanbrengen van een folie verandert u de eigenschappen van het glas. Zo kan bij een aangebrachte folie met een hoge warmteabsorptie (bijv. een donkere kleur), de kans op thermische breuk doen toenemen. Thermische breuk valt altijd buiten de garantie.

Een ander voorbeeld is het aanbrengen van folie op bijvoorbeeld beglazing met een brandwerende eigenschap. Door de folie worden de prestaties van het brandwerende glas negatief beïnvloed en voldoet de ruit niet meer aan de opgegeven brandwerende prestaties. Op brandwerend glas mag nooit een folie worden aangebracht zonder dat dit is getest.

Aanbrengen van de folie

Indien u van plan bent om folie aan te brengen op uw beglazing dient u er rekening mee te houden dat de opgegeven eigenschappen van een folie enkel gelden als deze worden toegepast zoals de producent ze getest heeft.

Zo behaalt een doorbraakvertragende of letselbeperkende folie enkel de opgegeven prestatie, indien de folie wordt aangebracht zoals de producent heeft getest. Voor doorbraakvertragende of letselbeperkende folies betekent dit dat de folie op het volledige glasoppervlak moet aangebracht worden. Dit is niet enkel het glas dat zichtbaar is, maar ook juist het glas dat ingeklemd of opgelegd is in het kozijn. U dient dus bij een houten kozijn de glaslatten los te halen en eventueel het glas uit te nemen om de folie correct te kunnen aanbrengen.

Geadviseerd wordt om het aanbrengen van folies altijd uit te laten voeren door een gespecialiseerd bedrijf. Dit soort bedrijven geven ook garanties af op de folie en het geleverde werk en kunnen bijvoorbeeld berekenen wat de extra thermische belasting voor het glas is bij het gebruik van een bepaalde folie.

Moet volgens NEN3569 aan 1 of 2 zijden veiligheidsglas worden toegepast? 

De NEN 3569 "Vlakglas voor gebouwen - Risicobeperking van lichamelijk letsel door brekend en vallend glas - Eisen" van december 2011 schrijft voor in welke situaties letselbeperkend glas moet worden toegepast. In vergelijking met een eerdere versie van deze norm (uit 2001) is duidelijker omschreven of het glas aan 1 of aan 2 zijden veiligheidsglas moet zijn.

De norm geldt als het glas bereikbaar is voor personen. Dat is het geval als personen binnen een afstand kleiner of gelijk aan 0,85m bij de ruit kunnen komen. Indien glas dus van beide zijden bereikbaar is, dan dient het glas ook aan beide (stoot-) zijden veiligheidsglas te zijn. Isolatieglas moet dan aan beide zijden letselveilig worden uitgevoerd.

De norm stelt expliciet dat bij deurenconstructies (= een deur inclusief kozijn, zij- en bovenlicht en raampanelen) altijd beide zijden stootzijden zijn. Uitzonderingen zijn situaties waarbij men uitsluitend beroepsmatig zich bij het glas zal begeven, zoals voor onderhoud en reparatie. Een glazenwasser zal zich voor het reinigen van het glas aan de buitenzijde van een gevel begeven, waar normaal geen personen komen.

Waardoor treedt kleurverschil op?

Glas is nooit helemaal kleurloos, maar heeft, afhankelijk van de dikte en samenstelling, altijd een bepaalde tint. Blank floatglas heeft een lichtgroene tint. Hoe dikker het glas hoe groener de tint. Omdat voor een groot oppervlak dikker glas toegepast wordt, dan bij een kleiner oppervlak, zijn kleine kleurverschillen mogelijk. Daarnaast wordt er ook veel PVB (polyvinylbutyral) gelaagd glas toegepast. Bij PVB gelaagd glas bestaat de samenstelling uit 2 of meerdere glasbladen met 1 of meerdere PVB folies tussen de bladen. De PVB folie heeft een lichtgele tint en bij het toepassen van meerdere PVB folies kleurt de samenstelling geler.

Hoewel in de meeste gevallen deze kleine kleurverschillen niet als storend worden ervaren, kan dit risico uitgesloten worden door alle beglazingen in de zelfde dikte en samenstelling uit te voeren.  

Naast het verschil in dikte en samenstelling kan een coating op glas, zoals bij HR++ beglazing, ook voor een klein kleurverschil zorgen. Tussen blank isolerend dubbelglas en HR++ beglazing is dit kleurverschil ondanks de neutrale coating visueel waarneembaar. Daarnaast is het mogelijk dat tussen de coatings van verschillende fabrikanten kleine kleurverschillen zitten. Bij een vervanging van een bestaande HR++ ruit kan er dus een klein kleurverschil met de andere ruiten ontstaan. 

Wat is interferentie (kleurvlekken)?

Soms zijn in het glas of de weerspiegeling van glas olieachtige vlekken zichtbaar. Indien er op het glas wordt gedrukt en de vlekken verplaatsen zich, is er sprake van interferentie. Interferentie is een natuurkundig verschijnsel, geen fout in het product.

Onder een bepaalde lichtval kan glas werken als een prisma en splitst het daglicht in verschillende kleuren. Dit wordt aan het glasoppervlak zichtbaar als olieachtige vlekken, stroken of cirkels. Het risico op dit verschijnsel is het grootst bij isolerend dubbelglas met glasbladen van gelijke dikte. Om het risico te verkleinen wordt er aangeraden om bij blank isolerend dubbelglas ongelijke glasdikte te gebruiken. Dus in plaats van 4mm-spouw-4mm, 4mm-spouw-5mm toe te passen. Bij gecoat isolerend dubbelglas zoals HR++ beglazing, is het risico op interferentie gering. De gecoate ruit heeft doorgaans, door de coating, een andere dikte dan de tegenruit.

Waarom beslaat glas?

Het beslaan van de buitenzijde van isolerend dubbelglas heeft te maken met het feit dat er condensvorming op het glasoppervlak optreedt. Condensvorming aan de buitenzijde kan ontstaan bij een lage buitentemperatuur en een hoge relatieve luchtvochtigheid. Het risico op condensvorming is het grootst in de ochtenduren tijdens het voorjaar en het najaar. De condens verdwijnt zodra de temperatuur buiten(en van het glasoppervlak) stijgt en de luchtvochtigheid afneemt.

Eventuele condensvorming komt niet door een fout in het product, maar is juist een gevolg van de zeer goede warmte-isolatie van de beglazing. Bij beglazing met een hoge thermische-isolatie zoals HR++ beglazing zal dit eerder kunnen optreden dan bij isolerend dubbelglas of enkel glas met een lage warmte-isolatie.

Condensvorming komt in een beperkt aantal situaties voor, maar is helaas niet te voorkomen. Het droogwrijven van de ruit heeft geen zin. Zolang de buitentemperatuur laag en de relatieve vochtigheid buiten hoog is, zal de condens terug kunnen komen. Condensvorming aan de buitenzijde is niet schadelijk, omdat de buitenzijde van de beglazingsconstructie altijd afwaterend uitgevoerd wordt om het risico op stilstaand vocht te voorkomen.

Wat is delaminatie?

Indien de tussenlaag van PVB-gelaagd glas langdurig wordt blootgesteld aan vocht kan deze worden aangetast en onthechten van de glasbladen.  

Het delamineren van PVB-gelaagd glas als gevolg van vocht is inherent aan het product. Dit is niet volledig te voorkomen, maar kan verminderd worden door bijvoorbeeld de randen van het glas zodanig te slijpen dat er geen vocht op blijft staan. Beter is het aanbrengen van een profiel of omkadering. Daarbij wel opgemerkt dat het risico van delaminatie nadrukkelijk ook wordt bepaald door de specifieke situatie ter plekke.

Voor gelaagd glas dat niet langdurig wordt blootgesteld aan vocht maar wel delamineert, gelden de volgende eisen:
• voor eindtoepassingsmaten die uit een groter blad gelaagd glas zijn gesneden, mag er maximaal 25 mm van de rand delaminatie optreden
• voor eindtoepassingsmaten die op dat formaat zijn gelamineerd geldt dat er vanaf 15 mm vanaf de rand geen delaminatie mag optreden.

Wat is een thermische breuk?

Een thermische breuk in glas ontstaat door temperatuurverschillen in het oppervlak van het glas. Wanneer er bij gewoon floatglas een temperatuurverschil van meer dan ca. 30°C in het glasoppervlak optreedt, ontstaan er te hoge spanningen in het glas. Daardoor breekt de ruit op een bijzondere manier. Dit noemt men een thermische breuk. Een thermische breuk heeft een speciaal breukpatroon en is niet te vergelijken met een mechanische breuk die ontstaat door bijvoorbeeld een stootbelasting van een vallend persoon of voorwerp.

Een thermische breuk is meestal te herkennen aan één breuklijn die loodrecht vanuit rand van het glas begint en daarna in een grillige vorm verder loopt. Of er sprake is van een thermische breuk kan het best door een vakman worden beoordeeld. Een vaak voorkomend misverstand is dat de breuk zich bevindt op de plek waar het temperatuurverschil is opgetreden. Dit is niet altijd het geval. Door de spanningen in het glas ontstaan, zal de ruit bij het zwakste punt aan de rand van het glas breken.

Voorkomen

Men kan de kans op thermische breuk fors verkleinen door:

• Jaloezieën, lamellen of overgordijnen op enige afstand van de beglazing te plaatsen
• Verwarmingselementen niet te dicht bij de beglazing te plaatsen
• De beglazing niet te beschilderen of te beplakken met bijvoorbeeld plakfolie
• Geen grote voorwerpen te plaatsen aan de binnenkant, dicht achter de beglazing
• Handelingen te voorkomen die tot een temperatuurverschil in de beglazing kunnen leiden (bijvoorbeeld een gerichte koudewaterstraal op een door de zon verwarmde beglazing.)

Thermische breuk kan worden voorkomen door gehard glas toe te passen. Gehard glas is speciaal thermisch behandeld glas dat tegen veel grotere temperatuurverschillen kan en minder gevoelig is voor een thermische breuk. In situaties waar het glas te maken kan krijgen met grote temperatuurverschillen is het raadzaam gehard glas toe te passen.

Net als mechanische breuk, is thermische breuk geen productfout en valt dit niet onder een eventuele garantie van een glaszetter of leverancier. Wel komt het inmiddels steeds vaker voor dat het risico op glasbreuk meeverzekerd is in een verzekering voor het huis of vastgoed.

Wat is veiligheidsglas?

Veiligheidsglas of veiligheidsbeglazing, ook wel letselwerende beglazing genoemd, is de algemene benaming voor glas dat een letselwerend breukgedrag heeft.

Standaard glas oftewel floatglas heeft de eigenschap dat er bij breuk grote scherpe scherven ontstaan. Dit breukgedrag kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel zoals gevaarlijke snijwonden. Er zijn ook glassoorten waar bij breuk geen risico is op ernstig letsel. Deze glassoorten hebben een letselwerend breukgedrag.

Wanneer glas veligheidsglas genoemd mag worden, is in een norm (NEN 3569) vastgelegd. Op basis daarvan kunnen twee soorten veiligheidsglas onderscheiden worden:

Gehard glas: Thermisch gehard veiligheidsglas is floatglas dat extra thermisch is behandeld. Het floatglas wordt eerst verhit bij meer dan 600°C en vervolgens bij een zorgvuldig gecontroleerde snelheid snel afgekoeld. Hierdoor krijgt het glas zijn speciale eigenschappen. Bij breuk valt gehard glas in kleine veilige korrels uiteen die geen ernstig letsel veroorzaken. Voorbeelden van toepassing met thermisch gehard veiligheidsglas zijn bijvoorbeeld; zijruiten van auto’s, bushokjes, hardglazen deuren, etc. Het voordeel van thermisch gehard veiligheidsglas is dat het ook bestand is tegen grotere temperatuurverschillen dan "gewoon” floatglas.

Gelaagd veiligheidsglas: Gelaagd veiligheidsglas bestaat uit minimaal 2 glasbladen met daartussen een taaie kunststof folie (meestal een PVB folie). Deze folie zorgt ervoor dat bij breuk het glas bij elkaar wordt gehouden. Hierdoor ontstaan er bij breuk geen gevaarlijke scherven en is er dus geen risico op ernstig letsel. Gelaagd veiligheidsglas heeft als voordeel dat de ruit bij breuk niet uiteen valt, maar één geheel blijft. Hierdoor ontstaat er bij breuk dus ook geen grote opening.

Wat zijn cementstrepen?

Cementstrepen op glas ontstaan doordat het glas blootgesteld wordt aan cementstof en kalkhoudend water. Door het langdurig blootgesteld worden aan deze afzetting, kan er op het glas zelfs schade ontstaan. Deze schade noemt men ook wel etsschade.

Etsschade ontstaat door de inwerking van alkalische stoffen op glas. Dergelijke stoffen (overwegend kalk) zijn aanwezig in veel steenachtige materialen, maar vooral in cementhoudende mengsels, zoals mortel en beton. Vandaar dat etsschade vrijwel uitsluitend optreedt bij gevels waarin cementgebonden materialen zijn verwerkt. Cementstrepen en etsschade verminderen het doorzicht van glas en zijn esthetisch niet fraai.

Het ontstaan van cementstrepen is geen fout van het glas, maar meestal een onjuiste of onzorgvuldige uitvoering van de detaillering of constructie, waardoor het glas in contact komt met cementstof en kalkhoudend water, meestal doordat de afvoer van het hemelwater via de gevel over het glas loopt.